U bent hier: Home » KNV Spoorgoederen » Nieuws » ´Prorail mist onafhankelijk toezicht´

´Prorail mist onafhankelijk toezicht´

Geplaatst op 13-06-2012

Ministerie heeft als beleidsverantwoordelijke instantie, toezichthouder en aandeelhouder drie petten op | door Robert Hensgens – verschenen in het Financieel Dagblad op 11-06-2012
 

Een deel van de Tweede Kamer wil de taken van Prorail terug naar de overheid halen. Een vergelijking met de elektriciteit- en gasnetwerken biedt echter inzicht in het werkelijke probleem op het spoor: een duidelijk reguleringskader met onafhankelijk toezicht ontbreekt.
VVD-Tweede Kamerlid Charlie Aptroot bepleit het bedrijf Prorail op te heffen en gewoon onderdeel te maken van Rijkswaterstaat. Prorail lijkt qua activiteiten echter veel meer op de beheerders van de gas- en electriciteitsnetwerken dan op Rijkswaterstaat. Deze bedrijven verdelen schaarse netwerkcapaciteit en treden op als ‘verkeersleider’.

In de energiesector betalen gebruikers van energienetwerken – de energieleveranciers – een vergoeding aan de beheerders Tennet of Gas Transport Services. Om te voorkomen dat de monopolistische beheerder teveel in rekening brengt,zijn de tarieven gereguleerd en de taken wettelijk vastgelegd. De taken en tarieven van de beheerder zijn daardoor transparant.
Ook dwingt het systeem de beheerder een inschatting te maken van de gevraagde capaciteit en deze kostenefficiënt te realiseren. Dit model is in de praktijk niet zonder problemen, maar heeft in elk geval de consument een flinke besparing op de energierekening opgeleverd. Prorail daarentegen krijgt het grootste deel van zijn inkomsten rechtstreeks van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. In ruil voor deze pot geld van rond de 2 miljard onderhandelen Prorail en het ministerie jaarlijks over de te leveren prestaties.

In dit systeem blijft de beheerder van het spoor altijd gericht op de geldschieter, de overheid, in plaats van op de klant, de vervoerders. De jaarlijkse onderhandelingen worden sterk beïnvloed door de soms grillige wensen van de politiek, wat de ontwikkeling van een langetermijnvisie beslist niet makkelijk maakt. Sluitstuk van de regulering in de energiesector is de rol van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) als marktmeester en onafhankelijke toezichthouder. Het is aan die autoriteit te beoordelen of de beheerders zich goed kwijten van hun taak.

Op het spoor ontbreekt soortgelijk toezicht. De Vervoerkamer ziet weliswaar toe op een eerlijke capaciteitsverdeling, maar deze heeft niet de taak noch de middelen om prestatieafspraken met Prorail te toetsen. Die beoordeling is aan het ministerie dat als beleidsverantwoordelijke instantie, en als toezichthouder en aandeelhouder een driedubbele pet op heeft. Uiteraard zijn er ook verschillen tussen spoor en energie. Op het spoor is bijvoorbeeld de interactie tussen gebruiker en beheerder van de infrastructuur veel complexer en daardoor cruciaal.

Het is geen sinecure om tot een duidelijke taakomschrijving van de beheerder te komen. Toch biedt de combinatie van langdurig vastgelegde taken en onafhankelijk toezicht daarop rust en duidelijkheid.
De Tweede Kamer doet er goed aan inspiratie op te doen in de energiesector voordat zij een grote stap terug zet in een lang proces van herstructurering op het spoor.

Robert Hensgens is econoom en adviseur regulatory affairs bij nv Nuon Energy. Hij schrijft op persoonlijke titel.

Bron: Financieel Dagblad
 

Terug naar overzicht »