Landelijke Markt en Capaciteits Analyse van vervoersnetwerken
In februari en maart 2008 behandelde de Commissie Verkeer en Vervoer van de Tweede Kamer middels een reeks hoorzittingen en een Algemeen Overleg de analyse van vraag en aanbod van landelijke vervoersnetwerken. Ondermeer decentrale overheden en KNV werden door de Tweede Kamer hierbij om hun mening gevraagd.
Een ding was duidelijk: Er is te weinig vervoerscapaciteit. De vraag is dus hoe kunnen we bestaande capaciteit nog beter benutten en waar is hoeveel extra capaciteit benodigd?
Met betrekking tot openbaar vervoer doet de rapportage een oproep voor concrete, regionaal specifieke maatregel pakketten gekoppeld aan de BDU evaluatie later dit jaar en dit alles met intensivering van de samenwerking ten aanzien van regionale wensen en landelijke prioriteiten.
KNV heeft benadrukt dat Mobiliteits problematiek een evenwichtige versterking van openbaar vervoer systemen vereist. Sinds 1990 is de financiering voor OV teruggelopen van 0,3 % van BNP naar 0,2 % van BNP. Deze trend heeft vooral in landelijke gebieden en forensen verkeer een verschuiving van mobiliteit ten gunste van autogebruik tot gevolg gehad en tot fileproblematiek geleid. Er is urgente behoefte aan evaluatie van het niveau en de wijze van financiering middels het BDU instrument om erosie van het OV-systeem teniet te doen.
Wat ook duidelijk is, is dat als je vanuit Den Haag invloed wilt uitoefen, je budget ter beschikking moet hebben. Als concrete maatregel heeft KNV voorgesteld dat er een budget komt ter ondersteuning van interregionale initiatieven. Dit op dezelfde wijze zoals de EU meebetaalt aan de aanleg van grensoverschrijdende trajecten van het trans-Europese netwerk door nationale overheden. Middels dit landelijk budget krijgen Decentrale Overheden een steuntje in de rug bij grensoverschrijdende initiatieven betreffende ondermeer de aanleg van infrastructuur capaciteit en het opstarten van nieuwe OV/bus verbindingen.
KNV is blij met dat de verwijzing in de LMCA’s naar de noodzaak om doelgroepstroken aan te leggen, in regio’s met veel OV en/of vrachtverkeer teneinde de doorstroming te bevorderen.
KNV is ook blij dat de LMCA’s het belang erkennen van scholieren/studenten, nota bene 43% van het OV gebruik (zie bladzijde 18 van LMCA regionaal). KNV vroeg reeds in november 2007 om extra aandacht voor deze doelgroep met betrekking tot de aansluiting van OV-diensten op schooltijden en bij uitval van lessen.